Boekenweekgedicht

De moeder de vrouw is het thema van de Boekenweek 2019, ontleend aan het gelijknamige gedicht van Martinus Nijhoff. In aanloop naar de Boekenweek publiceren zes hedendaagse dichters in dagblad Trouw een nieuw gedicht bij het Boekenweekthema. Het gedicht ‘Moeder’ van Ester Naomi Perquin is van 23 t/m 31 maart als Boekenweekgedicht verkrijgbaar in boekhandel en bibliotheek. Lees meer >

Ester Naomi Perquin

MOEDER

Zoals ze in je praat en dingen vindt, dwars door je eigen woorden
klinkt, vaak ongevraagd, doe je haar nou wat opzij, je hebt toch
ogen, waarom moet dat nou zo open, die mouwen staan
je raar en doe een das om als het waait.

Zoals ze in je borstkas zucht wanneer je iets onnodigs dreigt te kopen,
zegt dat suiker, vet, voor je bloed, je hart, je lever slecht, door
drank en sigaretten is gekwetst, als je slordig oversteekt
of fietst door rood – je mag van haar niet dood,
niet eens geschud, geschaafd.

Als een achtervolgingsscène die een leven lang vertraagd
wordt afgespeeld. Ze loopt je na. Dit voortbewegen,
één en twee, in hetzelfde beeld.

Zo vaak val je tegen, zo vaak val je mee. Steeds ongevraagd
gered. Bij hond, stoep, hek en noodlot weggegrist.
Je kijkt naar haar. Je weet niet wie ze is.

Lees het begeleidende interview met Ester Naomi Perquin op Trouw.nl
(16 maart 2019)

Marieke Lucas Rijneveld

Vissersgeduld

In iedere kamer van het huis liet oma een gebloemd zakdoekje
achter alsof ze wilde onthouden dat ze tot stof zou wederkeren.

Had haar liever tussen de plantenpers gelegd, zachtjes aandrukken,
wat je verliest gaat bij je horen, het hart een bloemenvaas, ik

zou haar goed schuin afsnijden zoals me was geleerd. Tegen haar
borst aangedrukt als een diep geheim leerde ik alles waar juffen

van zeiden dat het nooit goed zou komen: klokkijken, deelsommen,
aardrijkskunde. Nooit wist ik precies waar we op de kaart woonden,

maar wel dat ik bus 53 naar oma moest nemen, koud geworden
kroketjes in mijn rugzak, wat Donald Ducks. Tot ze op een dag zei:

de dood heeft niet langer last van vissersgeduld, en wie ben ik nou,
een piraat wachtend op een wak voor het schip. Ik had mijn armen

om haar heen gelegd als om een mooie bos bloemen, luisterde over
hoe een wolf haar had gevraagd of ze misschien wat suiker in huis

had en meteen bij haar introk. Vanaf de rand van haar bed keek
ik toe hoe oma zo wit werd als een custardpuddinkje, de verhalen die

ze vertelde hadden niet langer meer een gelukkig einde, niet in
één sprookje kwam kanker voor, of hoe je een wolf de deur weigerde.

Aders lagen als wortels over haar handen, nergens in huis vond ik
een zakje snijbloemenvoedsel of hoe ik haar kon helpen. Alle doden

zijn van aardewerk gemaakt, zei oma, voor eeuwig staan ze in de
servieskast van het hoofd, nooit zal je me vergeten. Ik kamde haar

krullen, als een spierwitte ruimtevaarder wachtte ze voor vertrek, ik
stuurde talloze gebedjes naar de hemel maar kreeg ze ongeopend weer

terug. En voordat ze ganzenbord had uitgespeeld lag ze al op haar rug,
vakje achtenvijftig, net de put getrotseerd, en nu dit, hoopte nog zo:

gooi hoog, alsjeblief. Op de achtergrond de ruis van het acht-uur
journaal. Stop de wereld, stop de wind, gooi het vervoer plat, zeg de

zee niet zo wild te spelen, de custardpudding is ingezakt. Huilde daarna
om de spierwitte ruimtevaarder, om de verroestte schroefjes van de

plantenpers, om het huis dat nu eeuwig in zondagsrust verkeerde, de
zakdoekjes opgevouwen, het schip vertrokken, de wolf opgerot.

Lees het begeleidende interview met Marieke Lucas Rijneveld op Trouw.nl
(02 maart 2019)

Radna Fabias

derde offergebed (knielend voor het gouden tabernakel)

is dit het dan ben jij hier lichaamloos ongevaarlijk kuis brood
ben je nu brood ja in deze tijd ben jij van alle dingen plat brood ja
ben ik hier weer weet jij wat ik hier zoek is het gepast
iets achter te laten is dat een mooi gebaar vaar mag dat en wat zal ik
eens achterlaten
De Roeping
de val
de anticonceptie
dat laatste is een grap lach dan mee alwetende doe niet zo bedeesd man
vertel me anders waar ik aanvang vaar
nu ik weiger het mysterie in mij te laten rijpen ben ik dorheid nu ben ik ijdel vruchteloos
hoe neem ik deel nu ik De Opdracht weiger
weet jij welke kant op
wat er om mijn naaktheid past
hoe hard mijn stem hoe groot mijn kleed moet zijn
zacht en klein vermoed ik maar mag het minder eng
dan De Rol die ik uitspuw hier
is mijn schoot: zalig en vaar
wat doen we ermee nu ik Moeder optil Haar vasthoud Haar leer wiegen met dit vlees dat reeds schuw reeds
zwak al rede moe is
zie je genadig neder, zak
door je almachtige knieën
kom alwetende
je weet dat Mama dat verdient

Lees het begeleidende interview met Radna Fabias op Trouw.nl
(16 februari 2019)

Esther Jansma

Je kunt aan van alles denken
Op een stoel gesmeten, je haren geroofd.
Jouw hoofd, jouw straf. Had je maar
niet moeten bestaan.

Rechtop gezet en weer voorover
geduwd boven een grijze gootsteen
in een ijsplens kraanwater.

Het is hier vreemd. Maar je wilde het zelf.
Ook dit, toch, verkenner, planeetbezoeker?
En het duurt maar even.

Kale kop, onmeisje, niet-mens,
je kwam hier om alles te zien en te weten,
ook dit: hoe het is om te leven

in de snijdende vorst uit haar lichaam
in de winter van haar bijtende stem.

Lees het begeleidende interview met Esther Jansma op Trouw.nl
(2 februari 2019)

Kira Wuck

Alle moeders zijn wat

‘We gaan warme chocomel drinken’, zei mijn vader. Hij klemde mijn helm vast en startte de Zundapp. Ik blies koude wolkjes uit als een paard. De juf keek door de glazen deuren naar ons. Mijn moeder haalde mij alleen op als mijn vader ziek was. En als ze dan kwam had ik liever dat ze achter het schoolplein bleef wachten, want anders zouden alle blikken op haar gericht zijn.

gebarsten druppels
gezichten tegen haar raam
doen een dronken dans

‘Het gaat niet zo goed met mama’, zei hij. Ik haatte velletjes dus roerde aan een stuk door in mijn chocomel. Ik zag al een laag vormen boven die van mijn vader, maar het interesseerde hem niets.
‘Iedereen heeft iets nodig wat hem de dag door helpt. Voor jou is dat buitenspelen met de hond. Voor mij is dat schaken. Voor mama is dat wijn. Ze is alcoholist.’ Ik had mijn moeder vaak in een bepaalde toestand gezien en wist dat ze niet hetzelfde als andere moeders was, maar had daar nog geen naam voor kunnen vinden. Ik was opgelucht dat er een naam voor bestond.
‘Begrijp je het kleintje?’ vroeg mijn vader. Ik nam een grote slok en dacht aan de moeders die ik van het schoolplein kende. ‘Alle moeders zijn wat. Nu weet ik eindelijk wat mijn moeder is.’
Mijn vader probeerde te glimlachen. We lieten allebei onze chocoladesnor staan en mijn vader trok daar gekke gezichten bij , maar eigenlijk was hij heel verdrietig.
Toen we naar buiten gingen, riep hij tegen de barman dat hij de volgende keer zou afrekenen. De barman vond dat goed , maar stak wel even zijn vinger omhoog om nog iets te zeggen, maar we stonden al buiten.
Het was plotseling zo donker dat het wel leek alsof iemand het licht had uitgedaan.

Lees het begeleidende interview met Kira Wuck op Trouw.nl
(19 januari 2019)

Neeltje Maria Min

Zie je zeg ik tegen mijn dochter die achter mij staat
hoe erg ik op mijn moeder ga lijken:
dat weerbarstige haar die vlekken die
ontevreden trekken rond de mond

wij maken ons op voor de toekomst
haar zoon moet naar school en naar voetbal
de voordeur staat wagenwijd open
wij lopen de loper af

mijn oud gezicht blijft nog lang
in de gangspiegel hangen.

Lees het begeleidende interview met Neeltje Maria Min op Trouw.nl >
(5 januari 2018)

Martinus Nijhoff

De moeder de vrouw

Ik ging naar Bommel om de brug te zien.
Ik zag de nieuwe brug. Twee overzijden
die elkaar vroeger schenen te vermijden,
worden weer buren. Een minuut of tien
dat ik daar lag, in ‘t gras, mijn thee gedronken,
mijn hoofd vol van het landschap wijd en zijd –
laat mij daar midden uit de oneindigheid
een stem vernemen dat mijn oren klonken.

Het was een vrouw. Het schip dat zij bevoer
kwam langzaam stroomaf door de brug gevaren.
Zij was alleen aan dek, zij stond bij ‘t roer,

en wat zij zong hoorde ik dat psalmen waren.
O, dacht ik, o, dat daar mijn moeder voer.
Prijs God, zong zij, Zijn hand zal u bewaren.

Lees meer over het thema van de Boekenweek 2019 >