Thema Verboden vruchten

 

De mens is genotzuchtig. Maar toegeven aan genot levert soms strijd op, met ons geweten, onze levensovertuiging, onze omgeving en onze fysieke dan wel geestelijke grenzen. Wel willen, niet mogen, toch doen: verboden vruchten, zowel in het leven als in de letteren. Wie kent ze niet: de drank- en drugsverslaafden  in Meriswin (Hafid Bouazza), Hallo Muur (Erik Jan Harmens), Angst en walging in Las Vegas (Hunter S. Thomson) en Naamloos (Pepijn Lanen), de gokkers in Alles of niets (Khalid Boudou), de seksjunks in De 120 dagen van Sodom (Marquis de Sade), Mieke Maaike’s obscene jeugd (Louis Paul Boon) en Lolita (Nabokov), de troosteters in Chocolat (Joanne Harris), de vreetzakken in de Romeinse klassieker Satyricon (passage Het feestmaal bij Trimalchio) en de kannabalist in De maagd Marino (Yves Petry).  En natuurlijk de overspeligen zoals beschreven in De buitenvrouw (Joost Zwagerman), Godin, held (Gustaaf Peek), Komt een vrouw bij de dokter(Kluun) en Mélodie d’Amour (Margriet de Moor).

Connie Palmen schreef het essay De zonde van de vrouw bij het thema van de Boekenweek.

Lees meer over het Boekenweekessay >